
Ralf de Pagter en Pim de Vries
4 november 2019
Floris Root
8 februari 2020
Ralf de Pagter en Pim de Vries
4 november 2019
Floris Root
8 februari 2020“In het synchroonzwemmen meten we ons op internationaal niveau met Olympische duetten”
Noortje en Bregje de BrouwerNoortje en Bregje de Brouwer studeren aan de Johan Cruyff Academy, waar ze hun hbo-studie Sportmarketing combineren met synchroonzwemmen op topniveau en streven naar deelname aan de Olympische Spelen in Tokio
Synchroonzwemmen is in Nederland nog niet zo bekend, maar mede dankzij de opvallende prestaties van de ééneiige tweeling Noortje en Bregje de Brouwer, die de sport combineren met hun studie aan de Johan Cruyff Academy Amsterdam, begint dat te veranderen. De tweeling is meer en meer in the picture en heeft Olympische ambities voor deelname aan Tokio 2020.
De zusjes hebben een ideale bouw voor synchroonzwemmen en voor de jury oogt het ook beter om twee identieke zwemsters in duet te zien presteren. Ze staan in Nederland alleen aan de top. “Wij zijn momenteel het enige senioren-duet op internationaal niveau in Nederland”, aldus Noortje. “De zwembond KNZB stimuleert wel nieuwe, jonge duetten, waardoor er over een aantal jaren hopelijk een paar goede synchroonzwemmers bij komen op internationaal niveau.”
De zusjes hebben een ideale bouw voor synchroonzwemmen en voor de jury oogt het ook beter om twee identieke zwemsters in duet te zien presteren. Ze staan in Nederland alleen aan de top. “Wij zijn momenteel het enige senioren-duet op internationaal niveau in Nederland”, aldus Noortje. “De zwembond KNZB stimuleert wel nieuwe, jonge duetten, waardoor er over een aantal jaren hopelijk een paar goede synchroonzwemmers bij komen op internationaal niveau.”

Stijgende lijn op internationaal niveau
Noortje en Bregje hebben het afgelopen jaar laten zien dat zij goed meekomen op internationaal niveau. “Tijdens de wereldkampioenschappen in Gwangju in Zuid-Korea van afgelopen jaar hadden wij een hoog doel gesteld: het behalen van de finale”, aldus Bregje, “wat betekende dat wij vier of vijf landen voorbij moesten gaan, vergeleken met de wereldkampioenschappen van het jaar daarvoor. Helaas kwamen wij net 0,1 punt te kort om die finale te mogen zwemmen. Dit jaar hopen wij dat doel wél te behalen. Op Europees niveau liggen wij momenteel op een achtste plek; zoals je ziet komen in het synchroonzwemmen de beste duetten dus vooral uit de landen van ons continent.”“Sinds twee jaar volgen we een trainingsprogramma met de voormalige Spaanse teamcoach” - Noortje de Bouwer
Dankzij de prestaties is de NOC*NSF-eis gehaald. "In onze weg naar de top volgen we sinds twee jaar een full-time, intensief trainingsprogramma met een nieuwe topcoach, de voormalige Spaanse nationale teamcoach Esther Jaumà, vervolgt Noortje. "Dankzij deze aanpak zijn we al een aantal landen voorbij gegaan. We streven er naar om voorbij het duo van de Verenigde Staten te gaan, om vervolgens dichter bij Mexico te komen, de volgende concurrent die we willen verslaan".

Road to Tokio
“Dit Olympisch jaar wordt een druk jaar”, zegt Bregje. “Er staan vier World Series en de World Serie Super Final op de planning, maar het belangrijkste zijn twee focuswedstrijden: De eerste focus is het Olympic Qualification Tournament, dat begin mei gehouden wordt en waar wij ons zullen moeten kwalificeren voor de Olympische Spelen. Zodra wij die behaald hebben wordt onze volgende focus natuurlijk de Olympische Spelen in Tokio!”“Onze eerste focus is het Olympic Qualification Tournament in mei, waar we ons zullen moeten plaatsen voor de Olympische Spelen" - Bregje de Brouwer
“Afgelopen seizoen hebben wij met andere wedstrijdzwemmers voor de WK in Zuid-Korea een voorbereidingsstage gehad in Chiba, vlakbij Tokio in Japan, waarvan we in de video verslag doen", aldus Bregje. "Chiba was een bewuste keuze om alvast te ervaren hoe de traininglocatie daar is en of alles naar wens is. Zo kunnen er nog eventuele maatregelen getroffen worden, omdat wij voor de Olympische Spelen weer elf dagen in Chiba zullen verblijven, voordat we naar het Olympische dorp gaan, waar je vijf dagen voor de start van de wedstrijd naar binnen mag.”
Pieken op het juiste moment
“Doordat het een Olympisch jaar is, hebben we dit sportseizoen in twee grote blokken gesplitst: Het eerste blok is tot de kwalificatie in mei en de tweede hopelijk tot Tokio 2020. Normaal gesproken wil je altijd pieken op je belangrijkste toernooi aan het einde van het seizoen, zoals de EK’s of WK’s die in juli/augustus gehouden worden", aldus Noortje.“Wij vertrouwen erop dat onze coach de trainingen zo opbouwt, dat we in mei helemaal 'ready' zijn voor het Olympisch kwalificatietoernooi” - Noortje de Brouwer
"Dit jaar is dat dus anders, omdat wij in mei al op ons best moeten zijn en daarna moeten wij in augustus ons nog een keer van onze beste kant laten zien in Tokio. Psychologisch doen wij wat we altijd moeten doen: blijven focussen tijdens de trainingen, zodat wij sneller kunnen groeien naar het belangrijke moment. Voor onze coach is het wel belangrijk dat er goed wordt gekeken naar de opbouw van de trainingen. Wij vertrouwen erop dat zij de beste keuzes maakt om ons in mei al helemaal 'ready' te hebben.”
“Als we tijdens de pre-Olympics een beetje beter presteren dan vorig jaar, dan zou dat genoeg moeten zijn voor plaatsing voor Tokio” - Noortje de Brouwer
“Het is nu noodzakelijk om zo fit en sterk mogelijk te zijn voor de pre-Olympics in mei. Daar moeten wij laten zien wat wij afgelopen jaar hebben gedaan, maar dan nog een beetje beter. Doen wij dat, dan zou dat goed genoeg moeten zijn voor Tokio”, aldus Noortje.

Team met passie
Om de successen te bereiken, heeft de tweeling een team met specialisten om zich heen, dat naast bondscoach Esther Jaumà bestaat uit assistent-coach Rynske Keur, krachttrainers / fysiotherapeuten: Bas Besselink en Jaap Ederveen, de technische directeur van de KNZB André Cats, de programmamanager van de KNZB Annerieke Wolf, sportdiëtiste Shiannah Danen, sportpsycholoog Sanne Bakker, topsportcoördinator Lisanne de Roever en arts Dr. Liesbeth Lim.“Synchroonzwemmen is heel gevarieerd; je hebt er kracht voor nodig, lenigheid, coördinatie, stabiliteit, spanning, uithoudingsvermogen en creativiteit” - Bregje de Brouwer
Dankzij een passie voor sport, worden de beste resultaten behaald. “Wat synchroonzwemmen voor ons zo speciaal maakt, is dat het een sport is met heel veel variatie”, aldus Bregje. “Er is alles voor nodig: kracht, lenigheid, coördinatie, stabiliteit, spanning en ook vooral veel uithoudingsvermogen. Daarnaast kun je je via synchroonzwemmen altijd blijven ontwikkelen, want het is een creatieve en artistieke sport waarin je aan de jury en het publiek kunt laten zien wat je wilt. Zo ontstaan er ieder jaar weer nieuwe technieken en nieuwe bewegingen.”

Strakke studieplanning 'om' de sport heen
“Wij trainen zo’n 35 uur per week in Hoofddorp, want synchroonzwemmen is ook een sport waar veel trainingsuren voor nodig zijn om vooruitgang te kunnen boeken. Verder gaan wij voor onze studie twee ochtenden naar de Johan Cruyff Academy in Amsterdam en de overige tijd die wij aan onze studie besteden zijn vooral in de avonduren, nadat onze trainingsdag erop zit", aldus Noortje.“Toen we merkten dat we niet meer genoeg energie hadden, is realistisch gekeken welke studieonderdelen we wél kunnen volgen” - Noortje de Brouwer
“Een full-time trainingsprogramma met een full-time hbo-opleiding combineren, dat vraagt om een uitermate strakke planning, vervolgt Bregje. "Het eerste blok van dit studiejaar hebben wij kunnen volgen, maar dichter naar de eerste tentamens toe, merkten wij aan onze prestaties dat het toch te veel voor ons werd. Er waren steeds meer dagen dat wij niet genoeg energie hadden om een goede training te kunnen draaien en onze studie konden wij ook niet maximaal bijhouden. Toen is er realistisch gekeken hoe het verder moet en is besloten om in het volgende blok minder studievakken te volgen. Tot nu toe zijn wij blij dat wij deze keuze hebben gemaakt, maar vanaf eind februari - begin maart zullen wij onze studie voor de rest van het studiejaar opzij zetten, om ons volledig te richten op de Olympische Spelen.”
“Vanaf begin maart zullen wij onze studie een tijdje helemaal opzij moeten zetten, om ons volledig te kunnen focussen op de Olympische Spelen” - Bregje de Brouwer
Tenslotte worden sport en studie ook nog gecombineerd met familiebezoek. “Wij zijn opgegroeid in Goirle en komen uit een hecht Brabants gezin met twee broers en een zus, in totaal zijn wij dus met vijf kinderen thuis”, aldus Noortje. “Voordat wijzelf onze zwemdiploma’s haalden, gingen wij al kijken bij de trainingen en wedstrijden van onze oudere zus, die ook aan synchroonzwemmen deed. In 2017 zijn Bregje en ik naar Hoofddorp verhuisd, om daar met coach Esther het full-time trainingsprogramma te volgen, maar we proberen ieder weekend van zaterdagmiddag tot zondagmiddag naar Goirle te gaan om bij onze familie te zijn.”
Credits foto header: Paul Bekkers Sport Art
Studiecompetenties van topsporters
"Elke week is er een les waarin de student-sporters contact hebben met de studiebegeleider. Als studenten vanwege sport afwezig zijn, doen we dat telefonisch of via facetime of whatsapp. Er wordt altijd gevraagd hoe het gaat, maar belangrijk is dat de student zelf signalen afgeeft als het niet goed gaat, of als het te zwaar wordt. Wij benadrukken dit als onderdeel van de Cruyffiaanse competenties, want wij kunnen alleen goed begeleiden als de topsporter helder communiceert als hij - of zij - vastloopt en aangeeft wat hij nodig heeft, om van daaruit nieuwe afspraken te maken."
Toen Noortje en Bregje merkten dat de combinatie sport-studie voor hen te zwaar werd, hebben zij zich als 'Cruyffiaanse studenten' gedragen, door voortdurend in gesprek te zijn over wat wel en niet haalbaar bleek. We hebben dingen geprobeerd, er soms iets afgehaald en hen wat meer tijd gegeven als iets niet haalbaar was. Zij hebben vrij snel geaccepteerd dat ze hun Propedeuse in twee jaar willen halen en niet in één jaar. Dat is voor veel studerende topsporters moeilijk te accepteren, maar de ervaring leert dat focus op - en afronden van kleinere studieonderdelen vaak beter werkt, dan proberen van alles wat te doen, met het risico dat het allemaal niet lukt. Studenten leren hier dus ook als sporters te werken: periodisering en focus op concrete doelen!"
Joyce van Kooten, studiebegeleider Johan Cruyff Academy
Toen Noortje en Bregje merkten dat de combinatie sport-studie voor hen te zwaar werd, hebben zij zich als 'Cruyffiaanse studenten' gedragen, door voortdurend in gesprek te zijn over wat wel en niet haalbaar bleek. We hebben dingen geprobeerd, er soms iets afgehaald en hen wat meer tijd gegeven als iets niet haalbaar was. Zij hebben vrij snel geaccepteerd dat ze hun Propedeuse in twee jaar willen halen en niet in één jaar. Dat is voor veel studerende topsporters moeilijk te accepteren, maar de ervaring leert dat focus op - en afronden van kleinere studieonderdelen vaak beter werkt, dan proberen van alles wat te doen, met het risico dat het allemaal niet lukt. Studenten leren hier dus ook als sporters te werken: periodisering en focus op concrete doelen!"
Joyce van Kooten, studiebegeleider Johan Cruyff Academy
Regels rond studiebegeleiding topsporters
"In het eerste studiejaar geldt de zogenaamde BSA-norm, oftewel het Bindend Afwijzend Studieadvies. Dit betekent dat student-sporters aan de Johan Cruyff Academy Amsterdam, net als de overige studenten die Commerciële Economie aan de Hogeschool van Amsterdam studeren, 50 studiepunten (van de 60) moeten halen om door te mogen studeren. Als je die niet haalt - en sport is daarvan aantoonbaar de oorzaak - kun je met akkoord van de topsportcoördinator en decaan hierop uitstel krijgen. Dat gaan we bij Noortje en Bregje dus doen! Dan moet je wel de Propedeuse alsnog in het jaar erop halen.
Maar ... als je als student-sporter niet goed communiceert en bijvoorbeeld pas aan het eind van het studiejaar aangeeft dat de studie niet met je sport te combineren was, kunnen noch de topsportcoördinator, noch de decaan veel voor je betekenen. Dat kan dus alleen ingezet worden als er het hele studiejaar overleg is geweest en er duidelijke afspraken zijn gemaakt. Doet de student-sporter dat niet, dan is de kans groot dat hij - of zij - een negatief BSA krijgt en niet meer verder mag studeren.
Daarnaast was er in het verleden een leenstelsel, waarbij je binnen 10 jaar je studie moest afronden; zo niet dan moest je het geleende geld terugbetalen. Dat geldt voor enkele studenten die nog moeten afstuderen en onder die regeling vallen. Als aantoonbaar is dat de studievertraging door sportverplichtingen is opgelopen, kan een student hierop een uitzondering aanvragen, maar dit vergt wel papierwerk. Bij de 'echte' topsporters - feitelijk alleen de deelnemers aan Olympische Spelen - is dit soms nodig gebleken. Bij de meeste andere studenten die een dusdanige studievertraging oplopen, is er vaak meer aan de hand dan alleen topsport. In die situaties is het soms lastig aantoonbaar en meestal niet reëel, om te pleiten dat de studievertraging alleen door de sportverplichtingen zou komen. Hoe dan ook, in al die situaties geldt weer dat het aan de student is om goed contact te onderhouden met studiebegeleiding en decanaat, om een bijzondere omstandigheid toegekend te krijgen.
Tenslotte geldt voor student-sporters dat er binnen de opleiding aan de Johan Cruyff Academy ruimte is om leerdoelen en competenties op een aangepaste wijze aan te tonen, als de sport daarom vraagt. Denk bijvoorbeeld aan het op afstand studeren en meedoen aan een toets via internet, of door de competenties voor een project of stage aan te tonen vanuit de ervaring die is opgedaan als topsporter. Belangrijk hierbij is dat de student altijd goed vastlegt wat de leeropbrengsten zijn, hoe die zijn getoetst en dat er voortdurend overleg is met de toets- en examencommissie."
Joyce van Kooten, studiebegeleider Johan Cruyff Academy
Maar ... als je als student-sporter niet goed communiceert en bijvoorbeeld pas aan het eind van het studiejaar aangeeft dat de studie niet met je sport te combineren was, kunnen noch de topsportcoördinator, noch de decaan veel voor je betekenen. Dat kan dus alleen ingezet worden als er het hele studiejaar overleg is geweest en er duidelijke afspraken zijn gemaakt. Doet de student-sporter dat niet, dan is de kans groot dat hij - of zij - een negatief BSA krijgt en niet meer verder mag studeren.
Daarnaast was er in het verleden een leenstelsel, waarbij je binnen 10 jaar je studie moest afronden; zo niet dan moest je het geleende geld terugbetalen. Dat geldt voor enkele studenten die nog moeten afstuderen en onder die regeling vallen. Als aantoonbaar is dat de studievertraging door sportverplichtingen is opgelopen, kan een student hierop een uitzondering aanvragen, maar dit vergt wel papierwerk. Bij de 'echte' topsporters - feitelijk alleen de deelnemers aan Olympische Spelen - is dit soms nodig gebleken. Bij de meeste andere studenten die een dusdanige studievertraging oplopen, is er vaak meer aan de hand dan alleen topsport. In die situaties is het soms lastig aantoonbaar en meestal niet reëel, om te pleiten dat de studievertraging alleen door de sportverplichtingen zou komen. Hoe dan ook, in al die situaties geldt weer dat het aan de student is om goed contact te onderhouden met studiebegeleiding en decanaat, om een bijzondere omstandigheid toegekend te krijgen.
Tenslotte geldt voor student-sporters dat er binnen de opleiding aan de Johan Cruyff Academy ruimte is om leerdoelen en competenties op een aangepaste wijze aan te tonen, als de sport daarom vraagt. Denk bijvoorbeeld aan het op afstand studeren en meedoen aan een toets via internet, of door de competenties voor een project of stage aan te tonen vanuit de ervaring die is opgedaan als topsporter. Belangrijk hierbij is dat de student altijd goed vastlegt wat de leeropbrengsten zijn, hoe die zijn getoetst en dat er voortdurend overleg is met de toets- en examencommissie."
Joyce van Kooten, studiebegeleider Johan Cruyff Academy




